IQ icon

Interview Computable: Voetballers vangen in bits en bytes (Dutch)

14 June 2018
Met het Wereldkampioenschap in Rusland dat voor de deur staat, zijn alle ogen van de wereld de volgende twee weken op het voetbal gericht. Wat veel mensen echter niet zien, is de enorme opgang van technologie in deze sport. Hoe kunnen kunstmatige algoritmes, algoritmes en camera’s het verschil maken tussen winnen en verliezen? Computable keek naar de wereld van voetbal analytics en interviewde o.a. Robert Slijk en Alexander Schram van Remiqz. Hieronder een samenvatting.
Voetbaldata2

Technologie in de sport

Dat sporters gebruikmaken van technologie, is geen recent feit en het blijft ook absoluut niet beperkt tot het voetbal. Sprinters hebben tegenwoordig de meest gesofisticeerde schoenen aan hun voeten, zwemmers dragen aerodynamische pakjes die hun recordtijden nog scherper kunnen stellen. In de vrij conservatieve voetbalwereld echter duurde het vrij lang vooraleer technologie op het veld gemeengoed werd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het tennis en zeker in tegenstelling tot typisch Amerikaanse sporten als baseball of American football. Dat kwam vooral om dat de voormalige fifa-voorzitter Sepp Blatter er lang tegen gekant was. Hij vond dat voetbal vooral drijft op emoties en dat technologie teveel de ‘human touch’ uit het spel haalt.

Moneyball

Doellijndetectie en de var zijn voor de toeschouwers waarschijnlijk de meest zichtbare technologische exponenten op het veld, maar achter de schermen voltrekt zich nog een veel grotere technologische revolutie: de intrede van big data, predictive analytics en algoritmes in het voetbal. In de V.S. is het al jarenlang de normaalste zaak van de wereld dat sportwedstrijden en -spelers in alle mogelijke facetten opgelijst en geanalyseerd worden. De meest bekende successtory daar is allicht die van het honkbalteam de Oakland Athletics en zijn directeur Billy Beane. Hij ontwikkelt begin deze eeuw een systeem om, puur gebaseerd op statistieken en cijfers, ondergewaardeerde spelers op te sporen en aan te trekken. Het resultaat: het team, dat absoluut niet de budgetten had om dure topspelers aan te trekken, schiet als een komeet de hoogte in en wint wedstrijd na wedstrijd. De verfilming van het verhaal, Moneyball, met Brad Pitt in de hoofdrol, werd een kassucces.
In Europa, en dan vooral in het V.K. en Duitsland, beginnen ook meer en meer bedrijven zich op de markt van sportanalyse te storten, ondernemingen als OptaSports, Dartfish, Stats en Elite Sports Analysis bijvoorbeeld. Hun voornaamste focus is uiteraard de grootste sport waarin ook het meeste geld omgaat: voetbal. Ook in de lage landen beweegt er een en ander. Er is bijvoorbeeld het Limburgse SoccerLAB dat sinds kort deel uitmaakt van de Cronos-groep. Of KickAndRushLab, waar sportjournalist Stijn Vlaeminck bij betrokken is. In Nederland trekken Remiqz en SciSports aan de kar.

 

Selectiemanagement voor voetbalclubs

Achter de schermen worden de diensten van de databedrijven vooral ingezet om aan selectiemanagement te doen. ‘We proberen clubs te helpen bij de vraag: ‘Welke en hoeveel spelers hebben we nodig om aan onze sportieve doelstellingen te voldoen’, zegt Schram. ‘Maar er kunnen ook andere parameters aan gekoppeld worden: de transferwaarde van een bepaalde speler bijvoorbeeld. Of zelfs het salaris dat hij in feite waard is.

We kunnen ook what if-scenario’s opstellen: als een club besluit om met een smalle selectie te werken, wat zijn de risico’s op lange termijn, bijvoorbeeld bij blessures? Op die manier kunnen we de hele transfer- en scouting-politiek van een club helpen optimaliseren.’

 Voetbalscouts met uitsterven bedreigd?

Dat leidt uiteraard tot een voor de hand liggende vraag: is het beroep van voetbalscout dan met uitsterven bedreigd? Absoluut niet, zegt Robert Slijk, algemeen directeur en co-founder bij Remiqz. ‘Er zijn nog heel veel belangrijke spelerseigenschappen waar we geen zicht op hebben. Zoiets als ‘mentaliteit’ bijvoorbeeld, is nog heel lastig in cijfers te vatten, al werken we wel aan AI om karaktereigenschappen van spelers in kaart te brengen. Of de vraag: ligt de speler wel goed in de groep? En zeker: wil hij eigenlijk wel bij deze club spelen? Ik denk dus niet dat het beroep van scout snel zal verdwijnen. Wat je wel meer zal zien, is dat databedrijven de scouts gaan ondersteunen bij hun werk. We zien ook dat de intrede van dit soort systemen niet overal even snel gaat. In Noord-Europa staat men er een stuk meer voor open dan in het Zuiden. In Turkije of Spanje en Italië bijvoorbeeld wordt nog veel meer op het buikgevoel gewerkt. Ook de relaties tussen clubs, spelers en makelaars tellen er nog veel meer mee. Onze grootste concurrent daar blijven pen en papier en de-scout-die-het-allemaal-beter-weet (lacht).’

 

 

 

 

 

 

 

 

Het hele artikel lees je op Computable.